Boeken

Sjeu

‘Hee Mance, hoe is het in die vochtige kelder van je?’

Boekhandelaar Ton Schimmelpennink mocht zijn vaste klant kinderboekenillustrator Mance Post graag een beetje uit de tent lokken. Die verklaarde dan dat het souterrain aan de Prinsengracht waar ze woonde (kelder! het woord alleen al!) beslist geen vochtproblemen kende. ‘Maar Mance, een vrouw van jouw leeftijd die in een kelder woont en door het ráám naar binnen moet, wat is dat voor schandaal?!’

Ja, hij moest er al die jaren natuurlijk wel beetje de sjeu in zien te houden.

Pakweg vijftien jaar stond Mance elke woensdag om precies 10 uur, openingstijd, op de stoep van de boekhandel aan de Weteringschans. Nu de winkel binnenkort definitief zijn deuren sluit, ga ik er nog een keer op bezoek. ‘Ik moest geen vijf minuten te laat zijn, hoor,’ zegt Schimmelpennink. ‘Ik kreeg dan niet op mijn kop, maar het scheelde niet veel.’ Zodra ze binnen was, nam Mance haar vaste plek aan tafel in, ging hij koffiezetten en begon het ‘ouwehoeren’. Voor ze weer vertrok was het half twaalf.

Ton Schimmelpennink

‘Ik wende eraan dat op woensdag de helft van de tijd op ging aan Mance,’ zegt de boekhandelaar. ‘Maar ik vond het leuk genoeg om er geen punt van te maken. Ik had er de ruimte voor, ’s ochtends is het meestal niet zo druk. Het was ook een verrijking. Klanten die haar kenden, waren vereerd dat ze haar troffen. Die stonden dan in grote nederigheid naast de tafel. En die gesprekken gaven weer reuring, dat is altijd leuk.’

Voelde hij zich soms niet een beetje geclaimd door haar, informeer ik voorzichtig. ‘Dat kun je wel zeggen, ja! Er was geen kruid tegen gewassen! Het was echt niet van: “Ton, komt het uit?”‘ En of ze wel eens in herhaling viel? ‘Godallemachtig! Ik heb alle verhalen wel tien keer gehoord! Maar ach, in zoveel jaren valt dat eigenlijk nog wel mee.’

Verfrissend, denk ik na afloop van onze ontmoeting: iemand die Mance nu eens níet tot een soort heilige verklaart. Niet dat omzichtige, dat gedweep bijna. Het geeft De Mens Mance meer reliëf. Aan de andere kant: wat we over een ander vertellen, onthult in de eerste plaats iets over onszelf. Wat we horen dus ook. Misschien dat ik Ton daarom zo leuk vind. Ik geloof namelijk niet zo in heiligen.