Moederschap in de jaren ’70

Moeders van toen gaat over moederschap in een woelige periode, de jaren zestig en zeventig. Vrouwen gaan massaal de straat op en eisen dezelfde kansen en mogelijkheden als mannen – op alle gebieden van het leven. Maar hoe moet dat met het moederschap?

Acht vrouwen, geboren tussen 1942 en 1954, vertellen in Moeders van toen over kinderen krijgen in een tijd dat het ideaal van moederschap als natuurlijke bestemming van de vrouw heeft afgedaan. Wat betekende dat voor de manier waarop zij invulling gaven aan het moederschap? Hoe hebben ze dat ervaren? En wat is er daardoor blijvend veranderd? 

Voor dit boek interviewde ik (zelf kind van de jaren zeventig) meer dan twintig vrouwen uitvoerig over hun moederschap. Acht van hen, onder wie mijn eigen moeder, portretteer ik in het boek. Wat de vrouwen gemeen hebben, is dat ze het moederschap – in overeenstemming met de tijdgeest van de jaren zestig, zeventig – ‘bewust’ een andere invulling wilden geven dan hun eigen moeders in de jaren veertig en vijftig hadden gedaan.

En dus gaat het in Moeders van toen over open relaties, ‘bezitloos’ opvoeden, het verlangen naar een ‘kollektieve levenspraktijk’, feministische (en minder feministische) communes, een door henzelf gerunde ‘kresj’, de FORT, de VOS en natuurlijk: over hun eigen moeders. Want daar begint het verhaal.